Uitspraak
16.4302 ZW
18 mei 2016, 16/360 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
10 tot 12 uur per week had gewerkt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was chef-kok en meldde zich ziek met psychische klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband vroeg hij ziekengeld aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant met beperkingen nog 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw medisch onderzocht. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd aangepast met aanvullende beperkingen, maar het UWV handhaafde het besluit dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wegens energieverlies slechts 10 tot 12 uur per week kon werken, ondersteund door een verklaring van zijn psycholoog. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts geen medische redenen zag voor een urenbeperking en dat de verklaring van de psycholoog onvoldoende concreet was om het oordeel te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.