ECLI:NL:CRVB:2018:136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van Functionele Mogelijkhedenlijst bevestigd
Appellante was werkzaam als financieel administratief medewerkster en meldde zich in januari 2013 ziek met fysieke en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan concludeerde het UWV dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het haar ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar, waarna het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderzoek en beval nader onderzoek. Het UWV nam daarop een nieuw besluit, wederom met een FML waarop de beperkingen waren gebaseerd. Appellante bleef echter van mening dat haar beperkingen uitgebreider waren dan erkend.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat er geen verdere beperkingen waren dan in de FML waren vastgelegd. De Raad volgde dit deskundigenrapport, oordeelde dat de geselecteerde functies passend zijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep tegen het besluit van 26 maart 2015 werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.