ECLI:NL:CRVB:2018:1374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na eerstejaarsbeoordeling Ziektewet
Appellante was van november 2009 tot augustus 2010 werkzaam als onderwijsassistente en ontving daarna ziekengeld en WAZO-uitkering. Na beëindiging van de WAZO-uitkering meldde zij zich ziek met ernstige medische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij met beperkingen nog 77,72% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende medische onderbouwing leverde en het UWV de functionele mogelijkheden zorgvuldig had vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe gegevens.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de geselecteerde functies passend zijn en bevestigde het besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.