ECLI:NL:CRVB:2018:1386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking onaangekondigd huisbezoek
Appellante ontving bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, welke in mei 2008 was beëindigd wegens samenwoning met een partner, maar vanaf 2012 weer werd verstrekt. Naar aanleiding van een anonieme tip en een onderzoek door sociale recherche werd een onaangekondigd huisbezoek gepland. Appellante weigerde medewerking, waarna het college de bijstand introk wegens schending van de medewerkingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van stelselmatige observaties zonder officier van justitie bevel, onrechtmatige verkrijging van gegevens van haar partner, en onvoldoende rekening met proportionaliteit en subsidiariteit.
De Raad oordeelde dat de waarnemingen in de openbare ruimte beperkt en kortdurend waren en geen stelselmatige observaties vormden. De concrete tip en de waarnemingen gaven voldoende grond voor het onaangekondigde huisbezoek, dat proportioneel en subsidiariteitseisen respecteerde. De intrekking van de bijstand werd daarmee bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 mei 2018.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan een onaangekondigd huisbezoek wordt bevestigd.