ECLI:NL:CRVB:2018:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na tweede ongeval en beoordeling beperkingen
Appellant, laatstelijk werkzaam als chauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en verloor zijn dienstverband per 1 januari 2015. Het UWV stelde vast dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen na twee ongevallen en de psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, en dat het UWV geen informatie had ingewonnen bij een psychiater. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan, waarbij rekening was gehouden met zowel fysieke als psychische klachten, ondersteund door medische dossiers en rapporten.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn beperkingen waren onderschat of dat er sprake was van een verschil van inzicht over zijn medische situatie. Er was geen aanleiding voor benoeming van een deskundige. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.