Appellante, laatstelijk werkzaam als leerstikster, werd wegens lichamelijke klachten vanaf 5 mei 2008 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV, waarbij medisch en arbeidskundig onderzoek werd verricht, werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waardoor haar uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en leverde medische informatie aan van haar behandelaars, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat deze gegevens geen aanleiding gaven het eerdere oordeel te herzien. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de arbeidskundige onderbouwing van het UWV-besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar belastbaarheid werd overschat, mede vanwege haar opleidingsniveau en medische beperkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de combinatie van opleiding en werkervaring rechtvaardigt dat haar opleidingsniveau op 2 wordt vastgesteld. De geselecteerde functies zijn passend binnen haar belastbaarheid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.