ECLI:NL:CRVB:2018:1443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing maatwerkvoorziening gesloten buitenwagen op grond van Wmo 2015
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees dit verzoek af, stellende dat appellant gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer (AOV), wat voor zijn situatie de goedkoopst adequate voorziening is.
Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond, onder verwijzing naar medische adviezen van de MO-zaak waaruit bleek dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een gesloten buitenwagen, met name het ontbreken van objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en vond dat het college zich op goede gronden had gebaseerd op de medische adviezen.
Appellant voerde in hoger beroep voornamelijk dezelfde argumenten aan, stellende dat hij vanwege zijn medische en functionele beperkingen recht heeft op een gesloten buitenwagen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om het besluit te wijzigen. Ook het ontbreken van een lichamelijk onderzoek door de medisch adviseurs maakte het medisch onderzoek niet onzorgvuldig.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen en verklaart het hoger beroep ongegrond.