ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onduidelijkheid eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant, een zelfstandig garagehouder, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens rugklachten en psychische problemen, met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 26 april 2004. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was vanaf 24 april 2005. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en gaf het UWV opdracht nader onderzoek te doen.
Na aanvullend medisch onderzoek en het inwinnen van informatie bij de huisarts concludeerde het UWV dat er geen reden was om een eerdere eerste arbeidsongeschiktheidsdag aan te nemen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten al vanaf 1998-2001 bestonden, ondersteund door een rapport van een verzekeringsarts, maar dit rapport ontbeerde een objectieve medische vaststelling.
De Raad stelt dat de retrospectieve bepaling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair is en dat het risico van onduidelijkheid bij late melding voor rekening van appellant blijft. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die een eerdere datum aannemelijk maken. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat geen eerdere eerste arbeidsongeschiktheidsdag dan 26 april 2004 kan worden aangenomen.