ECLI:NL:CRVB:2018:1488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger pgb op grond van onvoldoende bewijs meer AWBZ-zorg in 2014
Appellant beschikte over een indicatie voor AWBZ-zorg en ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van €3.292,95. Na een hogere indicatie in april 2015 werd het pgb aangepast naar €4.593,51, maar het Zorgkantoor stelde het definitieve pgb vast op €3.325,-, waarbij slechts €3.075,- aan zorgkosten werd geaccepteerd.
Appellant voerde aan dat hij meer zorg had ingekocht dan verantwoord, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen het tweede besluit ongegrond. De Raad bevestigt deze uitspraak omdat appellant geen overtuigende facturen of bewijsstukken over het gehele jaar 2014 heeft overgelegd.
De Raad oordeelt dat het Zorgkantoor het pgb terecht niet hoger heeft vastgesteld en dat er geen aanleiding is voor een hogere nabetaling. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het pgb op €3.325,- bevestigd.