ECLI:NL:CRVB:2018:1494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen beslag op bijstandsuitkering dienen bij civiele rechter te worden voorgelegd
Appellant maakte bezwaar tegen inhoudingen op zijn bijstandsuitkering vanwege beslaglegging door een derde partij. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank had dit besluit bevestigd.
Appellant stelde dat er een hoger bedrag dan het toegestane beslagbedrag was ingehouden en vorderde beëindiging van de inhoudingen en terugbetaling van het teveel ingehouden bedrag, alsmede een schadevergoeding.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste jurisprudentie bezwaren tegen beslaglegging ingevolge artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitsluitend door de civiele rechter kunnen worden behandeld. Het bestuursorgaan is gehouden medewerking te verlenen aan het beslag zonder de geldigheid of omvang daarvan te toetsen.
De Raad bevestigde dat het college slechts had geïnformeerd over het beslag en dat appellant zich tot de civiele rechter moet wenden voor geschillen over de rechtmatigheid of omvang van het beslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.