ECLI:NL:CRVB:2018:1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-voortzetting tijdelijke aanstelling wegens schending integriteit en onvoldoende scheiding werk-privé
Appellante was tijdelijk in dienst bij Staatsbosbeheer en verantwoordelijk voor exploitatie van een locatie en commerciële organisatie. Tijdens haar dienstverband organiseerde zij zonder voorafgaande toestemming een privé-evenement voor haar partner op de locatie waarvoor zij verantwoordelijk was. De facturering van de catering werd onduidelijk en vertraagd door een onjuiste factuuromschrijving en een samenvoeging van twee bijeenkomsten op één factuur.
Naar aanleiding van een melding van een collega is dit onderzocht. Appellante gaf toe dat er fouten waren gemaakt in de facturering en administratie, maar ontkende opzet tot zelfverrijking. De directeur concludeerde dat appellante het vertrouwen had beschaamd door onvoldoende scheiding van werk en privé en onvoldoende transparantie, en besloot haar tijdelijke aanstelling niet te verlengen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de directeur in redelijkheid tot dit oordeel kon komen, mede gezien het terughoudende toetsingskader bij niet-voortzetting na een proeftijd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de tijdelijke aanstelling van appellante niet om te zetten in een vaste aanstelling wegens beschaamd vertrouwen en onvoldoende scheiding tussen werk en privé.