Uitspraak
9 december 2016, 16/3220 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de provincie, werd per 1 juli 2012 geplaatst bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) [regio] in een hogere salarisschaal met een garantietoelage. Het dagelijks bestuur stelde deze toeslag met terugwerkende kracht vast, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de wijze van berekening van de garantietoelage, met name de vraag of eerdere CAO-verhogingen buiten beschouwing moesten blijven bij een salarisverhoging anders dan door CAO. De Raad oordeelde dat het Beleidskader leidend is en dat de garantietoelage éénmalig wordt vastgesteld en vervolgens meegroeit met algemene salarisontwikkelingen, maar wordt verlaagd bij salarisverhogingen anders dan CAO-verhogingen.
De Raad verwierp het beroep op de hardheidsclausule omdat geen onbillijke situatie was vastgesteld. Het dagelijks bestuur had het besluit correct genomen, waardoor het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.