Appellante ontving bijstand met een toeslag van 20% omdat zij de woonkosten niet kon delen met haar zoon S, die een Wajong-uitkering ontving. Het college herzag de toeslag en vorderde kosten terug nadat bleek dat S een nabetaling van zijn Wajong-uitkering had ontvangen, waardoor zijn inkomen boven het normbedrag uitkwam.
De Raad oordeelt dat appellante over de periode van 22 juni 2013 tot 5 november 2014 niet de inlichtingenverplichting heeft geschonden, omdat zij pas op 5 november 2014 van de nabetaling op de hoogte was. In die periode ontving S een inkomen onder het normbedrag, zodat appellante terecht een toeslag van 20% kreeg. De herziening en terugvordering over deze periode zijn daarom onterecht.
Voor de periode van 5 november 2014 tot en met 31 maart 2015 had appellante wel de plicht het hogere inkomen van S te melden. Het college mocht de toeslag verlagen en kosten terugvorderen over deze periode. Het beroep op de zesmaandenjurisprudentie slaagt niet omdat het hier om een verplichting tot terugvordering gaat.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit voor het deel van de periode tot 5 november 2014, herroept het eerdere besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen over de terugvordering. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten.