ECLI:NL:CRVB:2018:1566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en boete wegens niet melden bankrekeningen bij bijstandsverlening
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en vermeldde bij de aanvraag een vermogen van €1.700,- zonder schulden. Uit signalen van het inlichtingenbureau bleek dat appellant op 31 december 2014 over vijf bankrekeningen beschikte met een totaal vermogen van €19.920,- waarvan vier niet waren gemeld aan het college. Het college startte een onderzoek en verzocht om bankafschriften, die appellant niet kon overleggen.
Het college trok de bijstand over de periode in geding in en legde een boete op wegens het schenden van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij alle gegevens had ingeleverd en dat hij niet kon overleggen wat er niet was, maar slaagde hier niet in.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van ten minste twee rekeningen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De opgelegde boete van 50% van het benadelingsbedrag werd als evenredig beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en boete wegens niet melden van bankrekeningen wordt bevestigd.