ECLI:NL:CRVB:2018:1576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als assemblagemedewerkster en meldde zich ziek met rug- en voetklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en verklaarde het recht op ziekengeld te beëindigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen niet volledig waren weergegeven en verzocht om een onafhankelijke medisch deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende rekening gehouden met haar klachten en beperkingen.
Er was geen nieuwe objectieve medische informatie die het oordeel van de verzekeringsartsen onderbouwde. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd vastgesteld dat de functies passend waren. De Raad concludeerde dat geen aanleiding bestond voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.