Uitspraak
17.7411 AW
mr. N.J. Mathura en mr. R.M. Arts.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de voormalige politieregio, werd bij besluit van 10 juni 2016 geplaatst in een functie die hij betwistte. De korpschef wees het bezwaar hiertegen ongegrond, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelt appellant dat het plaatsingsbesluit ontoereikend gemotiveerd is, met name omdat niet is toegelicht waarom hij niet in een hogere, volgens hem vergelijkbare functie is geplaatst.
De Raad stelt vast dat de Commissie Functievergelijking de functie van appellant als vergelijkbaar met de toegewezen functie heeft beoordeeld, maar dat het besluit en het registratieformulier niet ingaan op het verschil met de hogere functie waarop appellant aanspraak maakt. De korpschef kon dit verschil niet overtuigend motiveren, met name omdat de inhoudelijke taken van beide functies substantieel overeenkomen.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De korpschef wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt de korpschef veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het plaatsingsbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de korpschef wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.