Uitspraak
16.8119 PW
18 november 2016, 15/4632 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres, maar gaf aan merendeels bij zijn vriendin te verblijven. Na een onderzoek door de gemeente Almere, inclusief een huisbezoek en het opvragen van gegevens over waterverbruik en internetabonnement, concludeerde het college dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat hij door cognitieve beperkingen niet aan zijn eerdere verklaringen gehouden kon worden, maar dit werd verworpen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant en de onderzoeksbevindingen, zoals het ontbreken van persoonlijke bezittingen op het uitkeringsadres, het hoge waterverbruik en het internetabonnement op naam van een ander, overtuigend waren. Verklaringen van derden konden dit oordeel niet wijzigen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.