ECLI:NL:CRVB:2018:1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 2010 een inkomensvoorziening en vanaf 2011 bijstand. Na een onderzoek door de gemeente Neder-Betuwe, waarbij bankafschriften en getuigen werden geraadpleegd, concludeerde het college dat appellant meer vermogen had dan toegestaan en besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant inkomsten uit een onbekende bankrekening en stortingen, afkomstig uit gokactiviteiten, niet volledig had gemeld. Hoewel appellant stelde dat hij per saldo geen winst had gemaakt en dat zijn gokverslaving hem verhinderde de bedragen te melden, werd dit niet aanvaard. De Raad stelde dat de inlichtingenplicht objectief is en dat het niet melden van deze inkomsten een rechtsgrond vormt voor intrekking.
Omdat appellant niet kon aantonen welke bedragen hij daadwerkelijk ontving naast de zichtbare stortingen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank Gelderland, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.