ECLI:NL:CRVB:2018:1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatwerkvoorziening gesloten buitenwagen op grond van medische beoordeling
Appellante, bekend met een degeneratieve gewrichtsaandoening en longaandoening, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen. Dit verzoek werd door het college afgewezen, waarna appellante bezwaar maakte. Het college handhaafde het besluit op basis van een medisch advies van de MO-zaak.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was opgesteld en dat de scootmobiel in combinatie met het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) de goedkoopst adequate voorziening vormde. Appellante stelde in hoger beroep dat vanwege haar medische situatie een gesloten buitenwagen noodzakelijk was, onder meer vanwege koude en gevoelloosheid in haar handen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het medisch advies zorgvuldig en juist was. De Raad vond geen medische gronden om af te wijken van het standpunt dat de scootmobiel met AOV voldoende compensatie biedt. Praktische bezwaren tegen het AOV, zoals wachttijden, waren onvoldoende om een andere voorziening toe te kennen.
Daarnaast bleek dat appellante eind 2017 een persoonsgebonden budget had ontvangen waarmee zij een tweedehands gesloten buitenwagen had aangeschaft. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een gesloten buitenwagen wordt afgewezen.