Uitspraak
16.3837 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
D. Hardonk-Prins als leden, in tegenwoordigheid van R.H. Budde als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2018.
Centrale Raad van Beroep
Appellante betwistte de vaststelling van het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid vanaf 5 november 2012 ongewijzigd minder dan 35% bedroeg, ondanks haar opname in een herstellingsoord vanaf mei 2013. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij een door haar benoemde verzekeringsarts als deskundige het oordeel van het UWV onderschreef.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gezondheid verslechterd was, dat de diagnose CVS/ME en de ziekte van Lyme ten onrechte niet waren erkend en dat de deskundige vooringenomen was. De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de deskundige zijn standpunten navolgbaar had gemotiveerd, waarbij de aangeleverde aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde dat de belastbaarheid van appellante in de relevante periode ongewijzigd was en dat de voorbeeldfuncties medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.