ECLI:NL:CRVB:2018:1671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urenbeperking en proceskostenveroordeling in WIA-uitkeringszaak
Appellante was werkzaam als verkoopster en ontving een WIA-uitkering na ziekmelding en beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35%, met een urenbeperking van gemiddeld zes uur per dag en twintig uur per week. Na bezwaar en beroep werd deze beperking bevestigd, hoewel een psychiater aangaf dat het werken van zes uur per dag niet haalbaar was, zonder een alternatief aantal uren te kunnen noemen.
De rechtbank volgde de deskundige Van Eck die de urenbeperking onderschreef en verklaarde dat appellante geschikt was voor de functies waarop de WIA-uitkering was gebaseerd. Appellante stelde hoger beroep in tegen het oordeel over de urenbeperking en de proceskostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het oordeel van Van Eck volgde vanwege diens zorgvuldige onderzoek en consistente rapportage.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak waarin de proceskostenveroordeling ontbrak, omdat de medische grondslag in hoger beroep was gewijzigd. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten voor zowel het beroep als het hoger beroep. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel over de urenbeperking en de geschiktheid voor de functies, en legde het UWV proceskosten op. Het griffierecht werd eveneens vergoed aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de urenbeperking en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten, wijst schadevergoeding af.