ECLI:NL:CRVB:2018:1701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voorbeeldfuncties en weigering WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 25 juli 2015, omdat hij volgens hem volledig arbeidsongeschikt is door neuropathische klachten en pijn na een hartkatheterisatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 21 december 2016, opgesteld naar aanleiding van een deskundigenrapport, voldoende rekening houdt met de klachten van appellant. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige hebben gemotiveerd dat appellant geschikt is voor de voorbeeldfuncties soldering operator, soldeerder en algemeen productiemedewerker.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de FML onvoldoende rekening houdt met zijn pijnklachten, beperkingen bij knielen en hurken, en aanvallen van vaatspasmen. De Raad heeft het deskundigenrapport en de motivering van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzocht en geoordeeld dat de beperkingen van appellant objectief niet zodanig zijn dat de voorbeeldfuncties ongeschikt zijn. De Raad bevestigt dat appellant in staat is de functies te vervullen en dat de WIA-uitkering terecht is geweigerd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering is terecht geweigerd omdat appellant geschikt is voor de geselecteerde voorbeeldfuncties en de FML voldoende rekening houdt met zijn klachten.