ECLI:NL:CRVB:2018:1758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens niet gemelde inkomsten en verzuim
Appellant ontving bijstand sinds november 2013. Tijdens een onderzoek werden kasstortingen van onbekende herkomst op zijn bankrekening ontdekt. Het college schortte de bijstand op per 4 december 2015 vanwege het niet verschijnen van appellant bij meerdere oproepen en het niet overleggen van gevraagde gegevens, waaronder medische verklaringen. Appellant gaf medische redenen aan, maar kon dit niet voldoende onderbouwen met verklaringen van zijn artsen.
Het college trok de bijstand met ingang van 4 december 2015 in en herzag de bijstand over de periode juli 2014 tot februari 2015 vanwege niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen, die als inkomen werden aangemerkt. Appellant voerde aan dat hij de stortingen niet hoefde te melden omdat hij bedragen opnam en terugstortte volgens een vast patroon en dat een overboeking een lening betrof.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet te verschijnen en geen medische verklaring te overleggen. De stortingen en bijschrijvingen waren onvoldoende verklaard en moesten als inkomen worden aangemerkt. De herziening en intrekking van de bijstand zijn daarom terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en herziening van de bijstand worden bevestigd wegens verwijtbaar verzuim en niet gemelde inkomsten.