ECLI:NL:CRVB:2013:1106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en autobezit
Appellant ontving sinds februari 2008 bijstand op grond van de WWB. Het dagelijks bestuur vermoedde dat appellant inkomsten had genoten en auto’s op zijn naam had staan zonder dit te melden, waarna een onderzoek werd ingesteld. Dit leidde tot besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2008-2010 wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, vernietigde delen van de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant voerde onder meer aan dat de financiële steun van familie leningen waren en dat de volkswagen niet zijn eigendom was, maar van zijn zus.
De Raad oordeelde dat de ontvangen bedragen als inkomen gelden en dat appellant de meldingsplicht schond door dit niet te melden. Ook slaagde appellant er niet in aannemelijk te maken dat de volkswagen niet zijn vermogen vormde. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2013.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en autobezit.