ECLI:NL:CRVB:2018:1785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant exploiteert sinds 1998 een eenmanszaak en ontving eerder bijstand als beëindigende zelfstandige wegens een niet-levensvatbaar bedrijf. Na een nieuwe aanvraag in 2014 met een doorstartplan, onderzocht BT-bedrijfsadvies het bedrijf en concludeerde dat het niet levensvatbaar is en appellant niet voldoet aan het urencriterium. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij sinds 1985 ondernemer is en door de crisis en verhuizing opdrachten miste, maar verwacht in een aantrekkende markt weer winst te kunnen maken. De Raad stelt dat levensvatbaarheid wordt beoordeeld op het moment van het besluit en dat toekomstige verwachtingen niet doorslaggevend zijn.
Omdat appellant in de relevante jaren geen inkomsten uit het bedrijf had en het advies van BTB niet is bestreden, is de afwijzing terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijstand wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.