Uitspraak
16.6755 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
2016 te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat tegen dit besluit slechts
bij de Raad beroep kan worden ingesteld;
van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 18 mei 2016 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij hij als woonadres een specifiek adres opgaf. Het college wees de aanvraag af op basis van een onderzoek door een handhavingsspecialist die twijfels had over de juistheid van de verstrekte wooninformatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk voldoende informatie had verstrekt over zijn woon- en leefsituatie. Tijdens het onderzoek en huisbezoek werd bevestigd dat appellant een eigen kamer op het opgegeven adres heeft, waar ook zijn persoonlijke bezittingen aanwezig zijn. Hoewel hij regelmatig elders overnacht, is het opgegeven adres zijn hoofdverblijfplaats.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende feitelijke grondslag had om de aanvraag af te wijzen en dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.