ECLI:NL:CRVB:2018:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag uitkering op grond van de Regeling Backpay
Appellante diende namens haar overleden echtgenoot een aanvraag in voor een eenmalige uitkering op grond van de Regeling Backpay, gericht op ambtenaren en militairen die tijdens de Japanse bezetting in dienst waren van het Nederlands-Indisch Gouvernement. De minister wees de aanvraag af omdat de echtgenoot in de relevante periode schoolgaand was en niet in dienst was van het gouvernement.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de regeling geen wettelijke grondslag heeft en terughoudend wordt getoetst. De beperkte doelgroep is niet onredelijk en het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden. De hardheidsclausule werd niet toegepast wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, waaronder strijd met het gelijkheidsbeginsel en het niet toepassen van de hardheidsclausule. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank, benadrukte de terughoudende toetsing van buitenwettelijk beleid en wees het beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige uitkering op grond van de Regeling Backpay wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet in dienst was van het Nederlands-Indisch Gouvernement tijdens de Japanse bezetting.