Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9383

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6893 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 Besluit bezoldiging politie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om toekenning toelage aan operationeel chef Regionaal Communicatie- en Informatie Centrum

Appellant, inspecteur van politie en operationeel chef van het Regionaal Communicatie- en Informatie Centrum, verzocht om een toelage van 4% van het brutomaandsalaris op grond van een regeling die deze toelage toekent aan territoriale operationeel chefs. Deze regeling is een buitenwettelijk, begunstigend beleid en geldt tijdelijk tot invoering van een landelijke regeling.

De korpsbeheerder wees het verzoek af omdat de regeling expliciet alleen geldt voor territoriale operationeel chefs en niet voor de functie van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.

De Raad overwoog dat de rechterlijke toetsing bij buitenwettelijk begunstigend beleid beperkt is tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast. Hoewel appellant stelde dat het beleid niet consistent werd toegepast, oordeelde de Raad dat het enkele voorbeeld dat appellant aanvoerde niet tot een andere conclusie leidt. Het beleid wordt consistent toegepast door alleen territoriale operationeel chefs de toelage toe te kennen.

De Raad concludeerde dat appellant, die een andere functie vervult, niet ten onrechte buiten de regeling is gehouden en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om toelage wordt bevestigd.

Uitspraak

10/6893 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 10 november 2010, 09/2310 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
De Korpsbeheerder van de politieregio Brabant Zuid-Oost (korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 8 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. van Overdam hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting, waar deze zaak gevoegd is behandeld met de zaak, nummer 10/6888 AW, in het geding tussen [R.] te [woonplaats] en de korpsbeheerder, heeft plaatsgevonden op 26 januari 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Overdam. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.F.M.J. van den Einden en S.C.M.A. Gommans.
Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. In deze zaak doet de Raad afzonderlijk uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, inspecteur van politie, was geplaatst in de functie van coördinator Regionaal Communicatie- en Informatie Centrum. Met ingang van 1 januari 2008 is die functie gewijzigd in die van operationeel chef (opc) Regionaal Communicatie- en Informatie Centrum.
1.2. Naar aanleiding van de evaluatie van de afschaffing van de piketregeling heeft de korpschef bij een geactualiseerde regeling van 28 november 2007 (regeling) bepaald dat de opc’s van de territoriale afdelingen bereikbaar dienen te zijn, waartegenover een toelage staat van 4% van het brutomaandsalaris (toelage). Verder was, in overeenstemming met het standpunt van de Minister van Binnenlandse Zaken daarover, vermeld dat de regeling een tijdelijke overgangsregeling is en geldt van 1 juli 2007 tot het moment dat een landelijke regeling is ingevoerd.
1.3. Bij brief van 10 november 2008 heeft appellant verzocht om toekenning van de toelage, omdat zijn functie inhoudelijk gelijk is aan de functie van territoriaal opc.
1.4. Dit verzoek is afgewezen bij besluit van 24 november 2008. Overwogen is dat de regeling van 28 november 2007 uitdrukkelijk is bedoeld voor degenen die als territoriaal opc zijn aangewezen en niet ook voor de functie van appellant. Het bezwaar tegen dat besluit is bij het bestreden besluit van 11 mei 2009 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen in hoger beroep overweegt de Raad het volgende.
3.1. Vast staat dat de regeling het karakter heeft van buitenwettelijk, begunstigend beleid. Zij strijdt met artikel 18 van Pro het Besluit bezoldiging politie en vindt ook in geen ander voor politieambtenaren in de tijd hier van belang geldend wettelijk voorschrift een grondslag.
3.2. Naar vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 9 mei 2007, JB 2007, 152, LJN BA7247) dient de bestuursrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven te aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast. Is dat zo, dan is er bijgevolg geen ruimte voor beoordeling van het standpunt van appellant dat het in de regeling opgenomen beleid tot strijd met het gelijkheidsbeginsel leidt.
3.3. Appellant heeft in hoger beroep gesteld dat het in de regeling opgenomen beleid niet consistent wordt toegepast. Hij heeft een geval genoemd van een territoriaal opc aan wie in het genot van de toelage de functie van opc werd aangewezen maar die de toelage mocht houden. De korpsbeheerder heeft hier tegenover gesteld dat dit geval niet betekent dat het beleid niet consistent wordt toegepast. Toegelicht is dat het gaat om een territoriaal opc die op verzoek van de korpsbeheerder overging naar de functie van opc, waarbij was overeengekomen dat hij de toelage kon behouden.
3.4. De Raad is van oordeel dat het geval van appellant anders is dan het door hem genoemde, nu appellant geen toelage is toegekend. Dit betekent dat het in de regeling neergelegde beleid consistent wordt toegepast, in deze zin dat de toelage enkel wordt toegekend aan territoriale opc’s.
3.5. Nu de regeling is beperkt tot de groep van territoriale opc’s en vast staat dat appellant een andere functie vervult, kan al wat hij in dit verband verder heeft aangevoerd niet tot het oordeel leiden dat de korpsbeheerder hem ten onrechte buiten het bereik van toepassing van de regeling heeft gehouden.
4. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en K.J. Kraan en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2012.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) B. Bekkers.
HD