Uitspraak
17/695 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-kwestie. Betrokkene, vertegenwoordigd door een advocaat, heeft verweer gevoerd. Vervolgens heeft de Svb het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan op verzoek van de wederpartij een proceskostenveroordeling kan volgen. De rechtbank had reeds proceskosten toegekend in bezwaar en eerste aanleg, zodat alleen de kosten in hoger beroep ter beoordeling stonden.
De Raad heeft de Svb veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 501,- voor verleende rechtsbijstand. De door betrokkene opgevoerde vertaalkosten zijn niet voor vergoeding vatbaar, omdat deze niet onder de in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde kostenposten vallen. Dit oordeel is in lijn met eerdere jurisprudentie.
De uitspraak is gedaan door rechter W.F. Claessens, met griffier L.R. Carlier, en uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2018.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van € 501,- aan proceskosten, waarbij vertaalkosten niet worden vergoed.