ECLI:NL:CRVB:2018:1875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemeld mede-rekeninghouderschap en onvoldoende bewijs beperkte beschikkingsmacht
Betrokkenen ontvingen bijstand en bijzondere bijstand, maar maakten geen melding van bankrekeningen die mede op naam van betrokkene 1 stonden. Een onderzoek van de gemeente Delft toonde fluctuaties in het saldo van deze rekeningen, maar betrokkenen leverden geen bankafschriften aan ter onderbouwing van hun beperkte beschikkingsmacht.
De gemeente introk de bijstand en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat betrokkenen volgens haar een begin van bewijs hadden geleverd met een verklaring van de oom, en gaf hen gelegenheid aanvullend bewijs te leveren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het aan betrokkenen is om aannemelijk te maken dat zij niet over het tegoed konden beschikken. De verklaring van de oom is onvoldoende en het ontbreken van bankafschriften maakt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het eerdere besluit bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand bevestigd wegens niet gemeld mede-rekeninghouderschap en onvoldoende bewijs van beperkte beschikkingsmacht.