ECLI:NL:CRVB:2018:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening UWV-besluit en afwijzing WAO-uitkering
Appellant, voormalig parkeerwachter, vroeg herziening van een UWV-besluit uit 2003 waarin werd vastgesteld dat hij geschikt was voor arbeid en geen recht meer had op ziekengeld. Tevens verzocht hij om een WAO-uitkering na 2003. Het UWV weigerde beide verzoeken wegens het ontbreken van nieuwe feiten en een voldoende medische grondslag.
De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat volgens haar de diagnose van een recidiverende depressieve stoornis door een psychiater als nieuw feit moest worden beschouwd. Het UWV stelde echter dat de verzekeringsarts deze diagnose had betrokken en dat er geen aanwijzingen waren dat appellant op de peildatum niet geschikt was voor arbeid.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het ziektebeeld op 17 oktober 2003 juist is ingeschat en dat het rapport van de psychiater onvoldoende aanknopingspunten biedt om het UWV-besluit te herzien. Ook is de weigering van de WAO-uitkering op een voldoende medische grondslag gebaseerd. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.