Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant volgde sinds 2002 een militaire opleiding tot rang bij het wapen der genie, maar werd in 2006 ontheven wegens vermoedelijke blijvende dienstongeschiktheid. Na een eerdere uitspraak die de ontheffing van de opleiding niet in stand hield, werd appellant in 2014 een opleidingsplaats toegewezen in een andere opleiding, waartegen hij bezwaar maakte. De staatssecretaris handhaafde dit besluit, waarna appellant beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant zoveel mogelijk in de positie moet worden gebracht alsof hij niet was ontheven uit zijn oorspronkelijke opleiding. De Raad constateert dat de toegewezen opleiding verschilt van de oorspronkelijke en dat de staatssecretaris daarmee de eerdere uitspraak onjuist heeft uitgevoerd.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept de eerdere besluiten. De Raad bepaalt dat appellant met ingang van 11 augustus 2014 een opleidingsplaats krijgt in zijn oorspronkelijke opleiding aan het instituut. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Appellant krijgt met ingang van 11 augustus 2014 een opleidingsplaats toegewezen in zijn oorspronkelijke militaire opleiding.