ECLI:NL:CRVB:2019:1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing opleiding militair wegens onvoldoende functioneren
Appellant, militair sinds 2002, werd ontheven van zijn opleiding vanwege onvoldoende functioneren tijdens de [opleiding 4], onderdeel van zowel de [opleiding 2] als de [opleiding 1]. Na eerdere procedures werd appellant in hoger beroep geplaatst in de [opleiding 1].
De staatssecretaris stelde vast dat appellant onvoldoende scoorde op diverse competenties en besloot hem per 17 juni 2016 ontheffing van de opleiding te verlenen. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beoordeling voldoende was gemotiveerd en dat appellant geen medische stukken overlegd had die zijn functioneren konden verklaren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de ontheffing niet kon standhouden omdat hij in de verkeerde opleiding was geplaatst. De Raad stelde echter vast dat de ontheffing betrekking had op de [opleiding 2] en dat het onderdeel [opleiding 4] in beide opleidingen hetzelfde is en met een voldoende moet worden afgesloten.
De Raad concludeerde dat de beoordeling op voldoende gronden berust en dat de staatssecretaris in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot ontheffing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontheffing van appellant uit zijn opleiding wegens onvoldoende functioneren.