ECLI:NL:CRVB:2018:1971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als schilder, meldde zich ziek met nek- en hoofdpijnklachten na een auto-ongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn PTSS-klachten niet juist waren meegewogen, maar de Raad concludeerde dat de verzekeringsarts dit op inzichtelijke wijze had gemotiveerd en dat de beperkingen niet ernstiger waren dan aangenomen.
De Raad heeft de nieuw ingebrachte medische stukken beoordeeld en bevestigd dat deze geen aanleiding geven tot een andere conclusie. De arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt afgewezen.