ECLI:NL:CRVB:2018:2036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met schouderklachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellante nog 100% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep wijzigde de beperkingen, maar de arbeidsdeskundige bleef van oordeel dat appellante geschikt was voor bepaalde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 11 juli 2014 een juist beeld geven. De Raad volgde dit oordeel en bevestigde dat appellante in staat is de geselecteerde functies te verrichten en dus meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.
Het hoger beroep slaagde niet en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.