ECLI:NL:CRVB:2018:2114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buiten behandeling stelling bijstandsaanvraag wegens onvolledige gegevensverstrekking
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan te leven van inkomsten uit de verkoop van kleding. Het college stelde de aanvraag opgeschort vanwege het ontbreken van gevraagde bewijsstukken, waaronder jaarcijfers en een verifieerbare administratie van het bedrijf.
Appellant had zijn bedrijf formeel beëindigd in september 2014, maar feitelijk al in juli 2013. Hij leverde enkele documenten aan, maar niet alle gevraagde gegevens. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro wegens onvoldoende gegevens.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een goede beoordeling, mede omdat nog betalingen tot december 2014 plaatsvonden en er voorraad aanwezig was. De door appellant aangevoerde psychische en fysieke problemen en het ontbreken van een deugdelijke administratie werden niet aannemelijk geacht.
Ook het bezwaar tegen vermeende vooringenomenheid van een medewerker faalde, omdat deze geen besluit had genomen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van noodzakelijke financiële gegevens.