Uitspraak
17.5224 AW
mr. M.H. ten Have.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een politieambtenaar, verzocht om bevordering tot senior GGP, maar werd afgewezen vanwege onvoldoende verwachte geschiktheid. Na eerdere procedures en vernietiging van een besluit, stelde de Raad dat een assessment als extra kans geboden kon worden bij negatief advies van de leidinggevende. De korpschef weigerde dit echter vanwege disciplinaire straffen wegens ongewenste omgangsvormen, waaronder een berisping uit 2012 en een inhouding van verlof in 2017.
Appellant stelde dat de korpschef gebonden was aan eerdere toezeggingen en dat het weigeren van het assessment in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. De korpschef voerde aan dat de gemachtigde destijds niet op de hoogte was van de recente disciplinaire straf en dat die straf en de ernst van het gedrag een weigering rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat het assessment geen verplicht onderdeel is van het loopbaanbeleid en dat bijzondere omstandigheden, zoals ernstige disciplinaire straffen, een reden kunnen zijn om af te zien van een assessment. De eerdere toezegging was niet bindend omdat de gemachtigde niet op de hoogte was van de disciplinaire feiten. Er was geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel of willekeur. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bevordering blijft gehandhaafd.