ECLI:NL:CRVB:2018:2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit afwijzing dwangsom bij late pgb-verlening en vaststelling dwangsombedrag
Appellant diende een aanvraag in voor verlenging van zijn indicatie zorg en omzetting naar een persoonsgebonden budget (pgb). Het Zorgkantoor verleende het pgb met terugwerkende kracht, maar te laat, waarop appellant een dwangsom vorderde wegens de vertraging.
De rechtbank wees het beroep af, stellende dat appellant had afgezien van de dwangsom. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van de dwangsom, omdat hij voorwaarden stelde die niet volledig zijn nagekomen en zijn bevestiging uitbleef.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt zelf vast dat het Zorgkantoor een dwangsom van €1.260 verschuldigd is, berekend volgens de wettelijke maximale termijn. Tevens veroordeelt de Raad het Zorgkantoor in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het Zorgkantoor moet een dwangsom van €1.260 betalen wegens te late pgb-verlening en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.