ECLI:NL:CRVB:2018:221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag partnertoeslag AOW wegens inkomensvoorwaarden en wetswijziging
Appellant ontvangt sinds 2005 een AOW-uitkering en vroeg in december 2014 om een partnertoeslag omdat de WW-uitkering van zijn echtgenote zou eindigen. De aanvraag werd afgewezen omdat het inkomen van zijn echtgenote hoger was dan de toegestane grens. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
Appellant stelde dat de informatievoorziening over het afschaffen van de partnertoeslag onzorgvuldig en te laat was, en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van personen geboren in 1950 die wel recht behielden op de toeslag. De Raad oordeelde dat de wetswijziging per 1 januari 2015 het recht op toeslag beperkte en dat de situatie van de groep geboren in 1950 niet vergelijkbaar was met die van appellant, zodat geen sprake was van ongelijke behandeling.
Verder oordeelde de Raad dat de Sociale Verzekeringsbank voldoende informatie had verstrekt via het blad Mijn AOW, haar website en de Rijksoverheid, en dat het niet bezoeken van de juiste websites voor rekening en risico van appellant kwam. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De aanvraag partnertoeslag AOW wordt afgewezen wegens niet voldoen aan inkomensvoorwaarden en wetswijziging per 1 januari 2015.