Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
LO
(m.b.t. [betrokkene 29] )
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep behandelde op 12 juli 2018 verzoeken om voorlopige voorziening van Rijnvarenden en hun vertegenwoordiger tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) over de toepassing van Nederlandse socialezekerheidswetgeving. De Svb had eerdere besluiten van 24 juni 2014 herroepen en nieuwe A1-verklaringen afgegeven, waarbij was vastgesteld welke wetgeving van toepassing was.
Verzoekers stelden onder meer dat de termijn van twee maanden voor definitieve vaststelling van de A1-verklaringen niet eerder mocht ingaan dan bij uitspraak in de hoofdzaak, en vroegen om een voorschot op schadevergoeding. De Svb betwistte dat er sprake was van onrechtmatig handelen en spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen omdat geen onverwijlde spoed bestond, de juridische en feitelijke onderbouwing van schadevergoeding ontbrak, en de hoofdzaak afgewacht kon worden. Ook het verzoek om de Belastingdienst te laten afzien van invorderingsmaatregelen werd ingetrokken nadat de Svb medewerking had verkregen.
De Raad bevestigde dat de procedure correct kon worden voortgezet en wees alle verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed en onvoldoende onderbouwing.