ECLI:NL:CRVB:2018:2244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand bij advocaatwissel
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van rechtsbijstandskosten na het wisselen van advocaat. Het bestuur kende gedeeltelijke bijzondere bijstand toe, maar weigerde een bedrag van €53,- omdat geen noodzaak voor de overstap naar een andere advocaat was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de vaste rechtspraak inzake bijzondere bijstand voor eigen bijdragen niet van toepassing is wanneer sprake is van een advocaatwissel zonder dwingende reden. De Raad oordeelde dat de Raad voor de Rechtsbijstand (RvR) terecht een nieuwe eigen bijdrage oplegde, omdat geen noodzaak voor de overstap was aangetoond.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat de overstap noodzakelijk was, ondanks een e-mail van de nieuwe advocaat. De Raad concludeerde dat het bestuur terecht de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage weigerde en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand bij advocaatwissel wegens ontbreken van noodzaak.