Uitspraak
16.7852 PW
7 november 2016, 16/2497 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
25 november 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 februari 2016
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen vanaf juni 1999 bijstand en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na onderzoek bleek dat appellanten onroerend goed in Turkije bezaten dat niet was gemeld, wat leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van in totaal €109.772,91 over de periode juni 1999 tot en met september 2014.
Appellanten voerden aan dat de taxatie onzorgvuldig was omdat deze niet door een erkende taxateur was uitgevoerd en dat zij ongelijk werden behandeld ten opzichte van vergelijkbare gevallen. De Raad oordeelde dat het taxatierapport betrouwbaar was en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het bevoegde bestuursorgaan in de vergelijkingsgevallen anders was dan de Svb.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en AIO-aanvulling wegens niet melden onroerend goed in Turkije wordt bevestigd.