ECLI:NL:CRVB:2018:2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over duurzaamheid arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering wegens rugklachten en OSAS
Appellant, werkzaam als teeltmedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde een volledige arbeidsongeschiktheid vast, maar kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe omdat de beperkingen door het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) niet duurzaam werden geacht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vond dat behandeling van OSAS verbetering kon brengen, maar onderbouwde dit onvoldoende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de kans op verbetering van de OSAS-klachten aannemelijk was en dat het UWV terecht een WGA-uitkering toekende. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV zijn motiveringsplicht niet had voldaan en dat de beperkingen duurzaam zijn.
De Raad stelt dat de beperkingen door rugklachten duurzaam zijn, maar dat onvoldoende is aangetoond dat de behandeling van OSAS leidt tot relevante verbetering van de belastbaarheid. Het arbeidskundig onderzoek was ontoereikend en het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd. Daarom wordt het UWV opgedragen het besluit binnen acht weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen acht weken te herstellen wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.