ECLI:NL:CRVB:2018:236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen verlenging tijdelijke aanstelling en proceskostenveroordeling
Appellant was tijdelijk aangesteld bij de Technische Universiteit Delft en maakte bezwaar tegen een besluit van 12 maart 2014 betreffende de verlenging van zijn aanstelling en de voorwaarden daarvan. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij aannam dat het bezwaar te laat was ingediend, maar verschoonbaar.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn e-mail van 6 mei 2014 als tijdig bezwaarschrift moet worden gezien, omdat het besluit pas op 24 maart 2014 aan hem bekend was gemaakt. De Raad oordeelde dat dit juist was en dat het bezwaar tijdig was ingediend. Desondanks werd het hoger beroep afgewezen omdat het college het bezwaar inhoudelijk had beoordeeld en appellant daardoor niet benadeeld was.
Verder werd het beroep verworpen op gronden dat de decaan geen instemming had gegeven met de door appellant genoemde afspraken en dat het verzoek om intern juridisch advies geen grond had. Ook een betoog over een bonusbesluit van 23 maart 2015 werd niet meegenomen omdat dit besluit niet ter beoordeling stond.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant, bestaande uit reiskosten van €38,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.