ECLI:NL:CRVB:2018:2389
Centrale Raad van Beroep
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet aannemelijke AWBZ-zorg
Appellante kreeg voor de jaren 2013 en 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor AWBZ-zorg. Het Zorgkantoor stelde dit budget later lager vast en vorderde bedragen terug omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de zorg daadwerkelijk was geleverd door Stichting Zorgloket Dag & Nacht (SZD&N).
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelt dat er geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden en dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de zorg is verleend. Het zorgplan werd pas achteraf overgelegd en gaf onvoldoende inzicht in de aard en uitvoering van de zorg.
De Raad stelt vast dat de toelichting van de gemachtigde op de verleende zorg onvoldoende betrouwbaar is en appellante zelf geen nadere toelichting heeft gegeven. Hierdoor is het niet aannemelijk dat het pgb volledig is besteed aan AWBZ-zorg. De lagere vaststelling en terugvordering door het Zorgkantoor is daarom niet onredelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere vaststelling en terugvordering van het pgb wegens onvoldoende bewijs van geleverde AWBZ-zorg.