ECLI:NL:CRVB:2018:240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens plichtsverzuim en betrokkenheid bij illegale afvalhandel
Betrokkene was sinds 1992 in dienst bij de gemeente Maastricht en werkte tot oktober 2013 bij een gemeentelijk onderdeel. Naar aanleiding van signalen over fraude met afvalstromen werd een onderzoek ingesteld. Betrokkene werd geschorst en later ontslagen wegens plichtsverzuim, waaronder fraude, het niet geven van openheid van zaken, het verstrekken van onjuiste verklaringen en tekortschieten in zijn functie.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, omdat onvoldoende objectief bewijs was voor grootschalige fraude en betrokkenheid van betrokkene. Het college van B&W stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op basis van verklaringen van meerdere medewerkers en het eigen onderzoek van het college voldoende overtuiging bestond dat betrokkene zich schuldig had gemaakt aan handel in afvalstoffen en plichtsverzuim. Ook het niet volledig en waarheidsgetrouw verklaren werd als plichtsverzuim aangemerkt. Het ontslag was niet onevenredig gezien de ernst van de gedragingen en het belang van integriteit binnen de dienst.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van het college ongegrond en vernietigde het nadere besluit van 27 september 2016 omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het ontslag van betrokkene bevestigd.