ECLI:NL:CRVB:2018:2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na gezamenlijke huishouding en inkomsten
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB sinds 2007. Het college trok de bijstand in vanaf 30 juli 2008 vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding en vorderde de kosten terug. Na bezwaar en eerdere procedures werd het besluit deels herroepen en het terugvorderingsbedrag aangepast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad vernietigde dit deels en bepaalde dat het college het terugvorderingsbedrag opnieuw moest vaststellen. Het college stelde het bedrag vast op €33.032,05 voor de periode van 30 juli 2008 tot 31 maart 2011 en van 1 juli 2011 tot 15 november 2011.
Appellante stelde in hoger beroep dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, maar de Raad oordeelde dat dit niet aan de orde was en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het door het college vastgestelde bedrag van de terugvordering wordt bevestigd.