ECLI:NL:CRVB:2018:2460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens overschrijding norm door studiefinanciering en ouderlijke bijdragen
Appellant en zijn echtgenote hebben in 2013 een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer werd afgewezen omdat hun gezamenlijk inkomen hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. Hierbij werd de studiefinanciering van E en de maandelijkse bijdrage van €400,- van de ouders van appellant als inkomen meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de studiefinanciering als inkomen moest worden beschouwd en de ouderlijke betalingen als periodieke middelen die bijstand uitsluiten. De beëindiging van de studie viel buiten de te beoordelen periode.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de studiefinanciering deels een lening betrof en dat de ouderlijke bijdragen daadwerkelijk leningen waren voor levensonderhoud. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het om leningen ging die niet als inkomen moesten worden aangemerkt en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad wees ook het beroep af dat er sprake was van een dringende reden voor de lening, omdat artikel 16 WWB Pro hier niet van toepassing was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat het gezamenlijke inkomen de norm overschrijdt.