ECLI:NL:CRVB:2018:2620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie zorgprofiel Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging
Betrokkene, geboren in 1915 en overleden in 2016, had diverse medische beperkingen en ontving zorg thuis. Na een eerdere indicatie voor palliatieve terminale zorg, die in 2011 werd toegekend, vroeg betrokkene in december 2015 een indicatie aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
Het CIZ verleende op 8 januari 2016 een indicatie voor het zorgprofiel VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging. Na bezwaar wijzigde het CIZ dit op 20 april 2016 in het profiel VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging, gebaseerd op een medisch advies van 31 maart 2016. Dit advies beschreef de medische situatie van betrokkene, waaronder chronische beperkingen en een verhoogd valrisico, zonder noodzaak voor gespecialiseerde verpleegkundige zorg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het medisch advies onvoldoende zorgvuldig was en dat betrokkene recht had op een hoger zorgprofiel. De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was opgesteld op basis van dossierstudie en aanvullende informatie van specialisten, zonder noodzaak tot huisbezoek.
De Raad bevestigde dat het toegewezen zorgprofiel passend is gezien de combinatie van fysieke en psychische beperkingen van betrokkene en dat hogere zorgprofielen niet passend waren vanwege het ontbreken van cognitieve beperkingen of gespecialiseerde verpleegkundige zorgbehoefte.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.