ECLI:NL:CRVB:2018:2626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante diende een aanvraag in voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010). Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij met werkzaamheden meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen, waardoor de aanvraag werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren onderschat en dat er sprake was van nieuwe medische feiten. Het UWV voerde aanvullend onderzoek uit, waarbij werd geconcludeerd dat er geen nieuwe medische feiten waren die tot een andere beoordeling leidden. De Raad oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, en dat appellante niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt.
Hoewel het UWV pas in hoger beroep een volledige motivering gaf, waardoor het bestreden besluit aanvankelijk niet deugdelijk was gemotiveerd, leidde dit niet tot benadeling van appellante. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag en veroordeelt het UWV in de proceskosten.